






 

 








Ontwerp & ontwikkeling:
Nono |
 

Wie
moet aansluiten als meewerkende echtgeno(o)t(e)?
Alle personen (mannen en vrouwen) die helper zijn van hun echtgeno(o)t(e)-zelfstandige
(of samenwonende) moeten zich sinds 1 januari 2003 aansluiten bij een sociale kas voor zelfstandigen volgens het statuut van meewerkende echtgeno(o)t(e). Hiermee verzekeren zij zich voor het het gehele sociaal statuut van de zelfstandigen uitgezonderd de faillissementsverzekering. Alle partners
van de zelfstandigen zullen als helpers beschouwd worden wanneer deze
niet over een eigen statuut beschikken dat minstens evenwaardig is als
datgene van de partner (loontrekkende, vervangingsinkomen, zelfstandige,
…) Als de partner echt niet meehelpt in de activiteit van de hoofdzelfstandige,
kan dit bevestigd worden in een ereverklaring waardoor de verplichting
om aan te sluiten vervalt. Wees vooral op uw hoede voor de sociale inspectie.
Enkel voor de
personen die geboren zijn voor 1/1/1956 bestaat er een “ministatuut”
waar er enkel sociale zekerheid opgebouwd wordt voor arbeidsongeschiktheid
en moederschapsbescherming .
Welke bijdrage betaalt de meewerkende echtgeno(o)t(e) in het mini-statuut? (enkel voor diegenen die geboren zijn voor 1/1/1956)
De bijdrage verschuldigd door de meewerkende echtgeno(o)t(e) wordt berekend
op het geïndexeerde beroepsinkomen van het gezin, verworven tijdens
het refertejaar ( = nettoberoepsinkomsten van 3 jaar terug).
Naargelang het verworven nettoberoepsinkomen , varieert deze bijdrage
voor 2009 tussen € 24,29 minimum en € 136,95 maximum per kwartaal.
Welke rechten heeft de meewerkende echtgeno(o)t(e)?
Door sociale bijdragen te betalen aan het sociaal verzekeringsfonds heeft
de meewerkende echtgeno(o)t(e) recht op:
- de uitkering van een dagvergoeding ingeval van arbeidsongeschiktheid
. Na een VOLLEDIGE WERKONBEKWAAMHEID van één maand ontvangt
de zelfstandige vanaf de eerste dag van de tweede maand een primaire vergoeding
van € 45,31 per dag (gezin) of € 34,38 per dag (alleenstaande).
Na een volledig jaar volledige werkonbekwaamheid zonder stopzetting van
de beroepsactiviteit wordt een invaliditeitsvergoeding uitbetaald, gelegen
tussen € 34,38 per dag en € 45,31 per dag, naargelang de gezinslast,
met stopzetting van de beroepsactiviteit worden de bedragen respectievelijk
€ 37,52 en € 46,89. Personen met gezinslast krijgen een extra
tegemoetkoming voor hulp van derden van € 12,73 per dag.
- een moederschapsuitkering van € 368,36 per week, voor 6 weken is dit € 2.210,16 eenmalig uitbetaald bij
de bevalling. Tijdens deze periode van 6 weken wordt de gerechtigde geacht
werkonbekwaam te zijn. De rustperiode mag tot maximaal 3 weken voor de
bevalling van start gaan.
Voor de rechten op uitbetaling van arbeidsongeschiktheid is een wachttijd
van 6 maanden.
Bij de geboorte van een meerling is er een bijkomende week rust met een vergoeding van € 368,36 ; de totale uitkering bedraagt € 2.578,52.
Opmerking! Deze vergoedingen worden uitbetaald door het ziekenfonds.
- Moederschapshulp voor meewerkende echtgenotes .
Vrouwelijke zelfstandigen of meewerkende echtgenotes aangesloten in hoofdberoep/maxistatuut kunnen vanaf 1 januari 2006 genieten van dienstencheques, die hen moeten toelaten hun zelfstandige beroepsactiviteiten gemakkelijker te hervatten na de bevallingsrust.
In totaal kunnen 105 cheques van € 6,70 per cheque aangewend worden voor hulp in het huishouden zoals voor het bereiden van maaltijden, het doen van boodschappen, schoonmaak, enz...
Om de cheques te kunnen krijgen moet het kind geboren zijn na 31 december 2005, moet het in het gezin van de aanvraagster-zelfstandige verblijven en moeten de sociale bijdragen voor het kwartaal van de bevalling en de 2 voorafgaande kwartalen betaald zijn.
De cheques kunnen enkel via e-mail, brief of ter plaatse aangevraagd worden bij het sociale verzekeringsfonds waarbij de aanvraagster is aangesloten en dit ten vroegste vanaf de 6de maand zwangerschap en ten laatste 6 weken na de bevalling.
Voorlopig kan de hulp niet gebruikt worden bij de adoptie van een kind.
-opbouw pensioen.
Sommige meewerkende echtgenoten geraken niet meer aan een volledige loopbaan bij de pensioenleeftijd. In het Belgisch Staatsblad van 8 juni 2005 verscheen hieromtrent een wijziging van het kb van 22 december 1967 omtrent de rust- en overlevingspensioenen van zelfstandigen. Dit nieuwe kb regelt de mogelijkheid voor meewerkende echtgenoten om hun niet-volledige loopbaan toch te vervolledigen. Lees hierover meer in bijgevoegd document.
Formaliteiten
De meewerkende echtgeno(o)t(e) kan aansluiten bij Multipen door de verklaring
van aansluiting van meewerkende echtgeno(o)t(e) (formulier te verkrijgen
bij Multipen aanvraag aansluiting meewerkende
echtgenoot en volledig ingevuld en ondertekend terug te bezorgen.

© 2004 - Alle rechten voorbehouden
|
|
 
 |
| |

Vanaf 1/7/2005 is voor alle meewerkende echtgenoten
geboren na 1/1/1956 het maxistatuut verplicht
Kan een onvolledige loopbaan nog vervolledigd worden voor de pensioenleeftijd ?
Ja, volgens het nieuwe kb 22 mei 2005 wel.
Lees hierover meer ...
|
|
 |
|