![]() ![]() ![]() |
![]() Wanneer spreekt men van bijberoep en wanneer van hoofdberoep? Men kan zelfstandige in bijberoep zijn wanneer men behoort tot één van de volgende groepen :
In het eerste geval gaat het over werknemers en ambtenaren die minstens halftijds werken. Voor onderwijzend personeel geldt een specifieke grens, met name minstens 60 % van een volledig uurrooster. Met een vervangingsinkomen bedoelt men een uitkering in de sociale zekerheid, maar ook een aantal andere uitkeringen vormen een voldoende grond om als "zelfstandige in bijberoep" te kunnen beschouwd worden. De derde categorie bevat een geheel van mogelijke situaties waarin men zijn pensioenrechten vrijwaart (volledige loopbaanonderbreking, arbeidsongeschiktheid, opzegtermijn ...) Indien u niet aan deze voorwaarden voldoet bent u in principe "zelfstandige in hoofdberoep". Hierop zijn wel enkele uitzonderingen. Het onderscheid heeft voornamelijk invloed op de bijdragen die moeten worden betaald. De zelfstandigen in bijberoep betalen verminderde bijdragen wanneer zij een beperkt inkomen hebben, of zelfs geen bijdragen (wanneer hun inkomen minder is dan ca. 1.000 euro op jaarbasis). © 2004 - Alle rechten voorbehouden |
![]() ![]()
|
||||||||||