FAQ – zelfstandigen

De meest gestelde vragen

Voor meer vragen, neem gerust contact op met info@multipen.be 

Ben ik nu zelfstandige of niet...?

Om te bepalen of iemand zelfstandige is worden er 2 criteria gebruikt :

  • een sociaal criterium dat bepaalt dat iemand een zelfstandige is indien hij een beroepsactiviteit uitoefent in  België, zonder dat hij daarvoor verbonden is door een arbeidsovereenkomst (of een statuut als ambtenaar)
  • een fiscaal criterium dat uitgaat van de inkomsten die men aan de fiscus meedeelde.  Het gaat onder meer over de volgende inkomsten :
    • Winsten van een nijverheids-, handels-, of landbouwbedrijf
    • Baten van vrije beroepen, ambten en posten
    • Bezoldigingen van bedrijfsleiders

Het fiscaal criterium is een weerlegbaar vermoeden.  Dit betekent dat men het bewijs mag leveren dat het, ondanks de  fiscale aangifte, toch niet om een zelfstandige activiteit gaat.  Dit bewijs wordt geleverd door aan te tonen dat één van de voorwaarden van het sociaal criterium niet vervuld is.

Je kan zelfstandige zijn in eigen naam, dus met een eigen ondernemingsnummer of je kan zelfstandige helper zijn, in welk geval je geen eigen ondernemingsnummer hebt, maar wel moet aangesloten zijn bij een sociale kas.

Je kan beide zowel in hoofd- als in bijberoep uitoefenen. 

In het algemeen kan men zeggen dat alle ondernemingshoofden, zaakvoerders, (gedelegeerd) bestuurders, werkende vennoten, beherende vennoten, vereffenaars, helpers, meewerkende echtgenoten, enz. moeten aansluiten bij een sociale kas.

Stille vennoten moeten niet aansluiten.

Wanneer spreekt men van bijberoep en wanneer van hoofdberoep?

Men kan zelfstandige in bijberoep zijn wanneer men behoort tot één van de volgende groepen :

  • personen met een niet-zelfstandige hoofdactiviteit
  • personen die een vervangingsinkomen genieten
  • personen die hun pensioenrechten vrijwaren.

In het eerste geval gaat het over werknemers en ambtenaren die minstens halftijds werken.  Voor onderwijzend personeel geldt een specifieke grens, met name minstens 60 % van een volledig uurrooster.

Met een vervangingsinkomen bedoelt men een uitkering in de sociale zekerheid, maar ook een aantal andere uitkeringen vormen een voldoende grond om als “zelfstandige in bijberoep” te kunnen beschouwd worden.

De derde categorie bevat een geheel van mogelijke situaties waarin men zijn pensioenrechten vrijwaart (volledige loopbaanonderbreking, arbeidsongeschiktheid, opzegtermijn …)

Indien u niet aan deze voorwaarden voldoet bent u in principe “zelfstandige in hoofdberoep”.  Hierop zijn wel enkele uitzonderingen.

Het onderscheid heeft voornamelijk invloed op de bijdragen die moeten worden betaald.  De zelfstandigen in bijberoep betalen verminderde bijdragen wanneer zij een beperkt inkomen hebben, of zelfs geen bijdragen (wanneer hun inkomen minder is dan ca. 1.400 euro op jaarbasis).

Criterium van de halftijdse betrekking

Criterium van de halftijdse betrekking moet enkel toegepast worden op zelfstandigen die hun activiteit als werknemer NIET “ononderbroken en minstens halftijds” uitoefenen.

Dit criterium moet per kwartaal worden gecontroleerd.  De controle wordt gedaan in termen van gepresteerde dagen voor voltijdse arbeidsovereenkomsten of in uren voor deeltijdse arbeidsovereenkomsten.  Algemeen komt dit neer op:

Indien in dagen kan worden gerekend moet, om in bijberoep te kunnen staan, het aantal gepresteerde dagen in een maand minstens gelijk zijn aan de helft van het maximum aantal arbeidsdagen dat de betrokken maand kan tellen (vroeger was het vaak zo dat als je maar bv. tot 28/3 een arbeidsovereenkomst had en dan een nieuwe vanaf 1 april, je voor dit eerste kwartaal toch hoofdberoeper was).

Indien enkel in uren kan worden gerekend moet het aantal gepresteerde uren in de loop van de betrokken maand minstens gelijk zijn aan het aantal uren per maand in een halftijdse arbeidsregeling in dezelfde onderneming of bedrijfstak.

DOCUMENT

Mijn inkomen is plots sterk gestegen of gedaald. Welke invloed heeft dit op mijn bedragen?

Vanaf het vierde jaar activiteit worden de voorlopig opeisbare bijdragen berekend op basis van de inkomens van 3 jaar terug maar uiteindelijk volgt er een regularisatie naar de inkomsten van het jaar zelf.  Je kan, om regularisaties te vermijden, reeds vragen aan je dossierbeheerder om nieuwe bijdragen te berekenen volgens het nieuwe geraamd inkomen.  Hiermee bouw je dan een geraamde reserve op.  Je kan ook zonder meer spontaan bijstorten.  Hiermee bouw je een spontane reserve op voor dit jaar.

Indien het om een daling van het inkomen gaat tegenover het inkomen van 3 jaar terug, is het eventueel mogelijk verminderde bijdragen te betalen mits het indienen van een dossier met objectieve elementen voor de aanvraag tot vermindering van bijdragen betalen.

Hoe zorg ik ervoor dat ik in orde ben met de sociale zekerheid als zelfstandige?

Vul het aansluitingsformulier in en betaal uw sociale bijdragen.

Wat schrijft de wet voor bij een meewerkende echtgeno(o)t(e)?

De meewerkende echtgenoot (m/v) van een zelfstandige die nog geen eigen statuut (werknemer, ambtenaar of zelfstandige in eigen naam) heeft, moet ook aansluiten bij het sociale verzekeringsfonds van zijn/haar partner.

Sinds 1/7/2005 is deze volledige toetreding (max. statuut) verplicht voor meewerkende echtgenoten die geboren zijn na 1955.

Zij of hij moet bij het sociaal verzekeringsfonds de nodige formaliteiten in orde brengen: indien hij of zij helpt, en geen eigen statuut heeft,  moet hij of zij zich aansluiten ; indien hij of zij niet helpt, moet hij of zij hierover een verklaring op eer bezorgen bij het sociaal verzekeringsfonds.  De meewerkende echtgenoot moet per kwartaal een bijdrage betalen.  De regeling wordt uitgebreid naar personen die met een zelfstandige samenwonen en gebonden zijn door een verklaring van wettelijke samenwoning.  Bij gewone samenwoning zonder wettelijke verklaring, dan kan men geen meewerkende echtgenoot zijn maar eventueel wel zelfstandig helper.

Of de geholpen zelfstandige zelf in hoofd- of in bijberoep aangesloten is speelt geen rol.  Als de echtgenoot (of wettelijk samenwonende partner) meehelpt of vervangt en geen eigen statuut heeft, is hij of zij onderworpen als meewerkende echtgenoot.

Vallen niet onder de regeling, ook niet indien ze helpen : de echtgenoot of partner die reeds een gelijkwaardig statuut heeft en de echtgenote of partner van een bedrijfsleider van een vennootschap.

Echtgenoten van bedrijfsleiders van een vennootschap die de bedrijfsleider helpen kunnen niet aansluiten als meewerkende echtgenoot.  In de meeste gevallen zullen zij moeten aansluiten als zelfstandige in eigen naam (werkend vennoot).

Toevallig helpen als meewerkende echtgenoot mag altijd, maar je moet een verklaring van niet-uitoefening opsturen om niet aangesloten te moeten worden als meewerkende echtgenoot.

Iemand die bedrijfsbeheer voor zijn partner bewijst, maar in de praktijk eigenlijk nooit helpt kan deze verklaring dat hij of zij niet helpt NIET afleggen en moet dus zeker aansluiten, als ze geen eigen statuut heeft.

De bijdrageberekening

De bijdrageberekening en -regeling in het maxistatuut is dezelfde als voor de gewone zelfstandige, enkel de minimumdrempel is gehalveerd.

Als berekeningsbasis geldt de “bezoldiging” die in de belastingsaangifte aan de meewerkende echtgenoot zal worden toegekend.  (Deze bezoldiging wordt van de berekeningsbasis voor de bijdragen van de geholpen echtgenoot afgetrokken).   Aan de meewerkende echtgenoot kan fiscaal een gedeelte van het beroepsinkomen worden toegekend van maximum 30% (of meer mits bewijs van een grotere inbreng).

Mag ik na het bereiken van de pensioenleeftijd nog zelfstandige zijn of zelfs nog beginnen als zelfstandige?

Dit is toegelaten maar de activiteit moet voorafgaandelijk meegedeeld worden aan de Rijksdienst voor Pensioenen.  Daarenboven gelden er specifieke inkomstengrenzen.  Wie meer verdient dan deze grenzen riskeert een sanctie.  Indien de toegelaten grens met minder dan 100% overschreden wordt, zal het pensioen van het betrokken jaar met hetzelfde percentage verminderd worden.  Bij overschrijding met 100% zal het pensioen van het betrokken jaar volledig worden geschorst en zullen sociale bijdragen moeten betaald worden van een niet gepensioneerde (aan 20,5 %).

Vanaf 01/01/2015 wordt de beroepsinkomensgrens afgeschaft voor gepensioneerden die minimaal 65 jaar zijn OF een beroepsloopbaan van 45 jaar tellen. Voor alle andere gepensioneerden blijven de inkomensgrenzen bestaan.

De wettelijke grenzen voor 2018 zijn de volgende (nettoberoepsinkomsten op jaarbasis):

Gepensioneerde met rustpensioen
vóór de pensioengerechtigde leeftijd
zonder kinderlast € 6.417,00
met kinderlast € 9.626,00
vanaf de pensioengerechtigde leeftijd
zonder kinderlast € 18.536,00
met kinderlast € 22.547,00
Gepensioneerde met overlevingspensioen
vóór de pensioengerechtigde leeftijd
zonder kinderlast € 14.942,00
met kinderlast € 18.677,00
vanaf de pensioengerechtigde leeftijd
zonder kinderlast € 18.536,00
met kinderlast € 22.547,00

Opgelet : de zelfstandige die geen pensioen ontvangt maar waarvan de huwelijkspartner een gezinspensioen ontvangt, moet zijn inkomsten als zelfstandige altijd (ongeacht zijn leeftijd of het aantal loopbaanjaren) beperken.  Zo niet vervalt het gezinspensioen en wordt het vervangen door een pensioen als alleenstaande.  Hier gelden volgende grenzen :

Huwelijkspartner van een partner met gezinspensioen
vóór de pensioengerechtigde leeftijd
zonder kinderlast € 6.417,00
met kinderlast € 9.626,00
vanaf de pensioengerechtigde leeftijd
zonder kinderlast € 18.536,00
met kinderlast € 22.547,00

Moet een vennootschap ook aansluiten?

Inderdaad.  Vennootschappen moeten aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds vanaf het jaar waarin hun oprichtingsakte “verleden” wordt.  Zij betalen dan een jaarlijkse bijdrage.  Deze aansluitingsverplichting is van toepassing op de NV, de BVBA, de CV, de VOF en de Commanditaire Vennootschap.

Personenvennootschappen (BVBA, CV, VOF, GCV) kunnen gedurende drie jaar vrijstelling krijgen van de betaling van de vennootschapsbijrage.  Dit vereist echter dat de zaakvoerder en de meerderheid van de werkende vennoten in de voorafgaande 10 jaar ten hoogste 3 jaar onderworpen waren aan het statuut van de zelfstandigen.

De vennootschappen krijgen hier echter niets voor in de plaats.  De zaakvoerder of bestuurders moeten dus zelf ook nog aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds om rechten te kunnen genieten.  Dit is zelfs verplicht.

Vennootschappen zijn overigens ook hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de sociale bijdragen van hun mandatarissen (zaakvoerders en werkend vennoten, …)  Indien deze personen hun sociale bijdragen niet betalen kan men deze opvorderen bij de vennootschap.

Ik ben onbezoldigd zaakvoerder in een BVBA, moet ik aansluiten als zelfstandige?

Enkel indien in de statuten is opgenomen dat het mandaat onbezoldigd is (zonder afwijkende bepalingen) én er effectief geen enkele inkomsten worden genoten uit de vennootschap (dus ook geen voordelen in natura) moet de onbezoldigd mandataris NIET aansluiten bij een sociale kas. De onbezoldigd mandataris mag ook geen werkend vennoot zijn. Aan BEIDE CRITERIA moet dus worden voldaan.  Vooral tegen het laatste criterium wordt vaak gezondigd, met alle gevolgen vandien.  Zo zal men voor de volledige periode worden beschouwd als bezoldigd i.p.v. onbezoldigd mandataris.

Meer informatie

Ik ben aangesloten bij een ander sociaal verzekeringsfonds, maar wil aansluiten bij Multipen. Hoe doe ik dat?

U wil aansluiten bij Multipen SVF, maar u bent al aangesloten bij een ander sociaal verzekeringsfonds? Dit stelt op zich weinig administratieve problemen.  Wie wil veranderen van sociaal verzekeringsfonds kan dit door het invullen van twee formulieren: een ontslagverklaring bij het huidige fonds, en een aansluitingsverklaring bij Multipen SVF.  Multipen regelt voor u zowel het ontslag als de aansluiting.

Commerciële of niet-commerciële onderneming?

Afhankelijk van welke activiteit je gaat uitoefenen start je als een commerciële of als een niet-commerciële onderneming.  Commerciële ondernemingen zijn actief in koophandel (handelaars of ambachtslieden).  Niet-commerciële ondernemingen stellen burgerlijke daden, vooral vrije beroepen, land- en tuinbouwers, artiesten … Hun inkomsten zijn baten waar het bij de commerciële ondernemingen winsten zijn.  Het verschil tussen deze twee soorten ondernemingen hebben gevolgen bij meerdere voorwaarden en formaliteiten (opstart onderneming, BTW, belastingaangifte …).  Informeer hiervoor naar de formaliteiten bij Eunomia-ondernemingsloket.

Starten of stoppen in de loop van een kwartaal, hoe beïnvloedt dat mijn bijdragen?

Het kwartaal waarin men start of stopt als zelfstandige is steeds volledig verschuldigd.  De sociale bijdrage is ondeelbaar en kan niet omgerekend worden naar het aantal gewerkte dagen of weken.  Enkel voor het kwartaal van de stopzetting is de bijdrage in 1 geval niet verschuldigd, nl. bij pensionering in het kwartaal van de stopzetting.  Onder pensionering verstaat men dan : het bereiken van de pensioenleeftijd of het ontvangen van een vervroegd pensioen.

Ik verander van hoofd- naar bijberoep, of andersom. Wat is het gevolg voor mijn bijdragen?

Wanneer u in de loop van een kwartaal omschakelt van hoofdberoep naar bijberoep zijn de lagere bijdragen pas van toepassing vanaf het volgende kwartaal.  Omgekeerd zijn de hogere bijdragen reeds van toepassing vanaf het kwartaal waarin u omschakelt.  Dit is zo bij alle verzekeringsfondsen.

DOCUMENT

Kan ik een zelfstandige activiteit uitoefenen zonder dat ik mijn werkloosheidsuitkering verlies?

Dit kan enkel indien u voor u werkloos werd reeds zelfstandige in bijberoep was.  Bovendien worden er door de RVA nog bijkomende strenge voorwaarden gesteld aan de uitgeoefende activiteiten.  Als u slechts af en toe een prestatie levert als zelfstandige, kan u ook telkens op voorhand op uw stempelkaart het vakje van de dag zwart kleuren.  U verliest dan wel voor die dag uw uitkering, maar behoudt de hoedanigheid van werkloze.

Kan ik vrijstelling van bijdragen krijgen?

Multipen kan niet zelf beslissen over een vraag om vrijstelling van bijdragen.  Enkel de Commissie voor Vrijstelling heeft hierover het beslissingsrecht.  Multipen kan u wel helpen bij het indienen van uw aanvraag.

Aanvraagformulier + info

Wie is helper?

Ook een zelfstandig helper is onderworpen aan het sociaal statuut voor zelfstandigen en moet dus aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds.

Een helper is een persoon die in België een zelfstandige in de uitoefening van zijn beroep bijstaat of vervangt, zonder hiervoor door een arbeidsovereenkomst te zijn verbonden.

Het bepalend criterium is dus de afwezigheid van een arbeidsovereenkomst.  Wanneer echter zou blijken dat de helper in werkelijkheid toch in ondergeschikt verband de zelfstandige zou helpen, wordt hij beschouwd als werknemer (stelsel RSZ) en valt hij niet onder het toepassingsgebied van het sociaal statuut voor zelfstandigen.

De zelfstandige die geholpen wordt, is noodzakelijkerwijze een natuurlijk persoon.  Een rechtspersoon kan niet worden vervangen of bijgestaan.

De helper en de geholpene hoeven geen verwanten te zijn.

Een helper heeft geen eigen ondernemingsnummer voor zijn activiteiten als helper.

Help(st)ers die niet verzekeringsplichtig zijn:

  • ongehuwde help(st)ers vóór de 1ste januari van het jaar waarin ze 20 jaar worden.
  • studenten die helper zijn, doch recht geven op kinderbijslag
  • toevallige help(st)ers = diegenen die hun activiteit minder dan 90 dagen per jaar EN op niet regelmatige wijze uitoefenen!

Iemand die het bedrijfsbeheer voor iemand anders bewijst, maar in de praktijk eigenlijk nooit helpt MOET steeds aansluiten bij een sociale kas als helper uitgezonderd de meewerkende echtgenoot met een eigen statuut.