Overbruggingsrecht: Recht op sociale verzekering bij faillissement/onvermogen/gedwongen stopzetting/stopzetting wegens economische moeilijkheden

Sinds 1 juli 1997 bestaat de sociale verzekering overbruggingsrecht.

Sindsdien kunnen gefailleerde zelfstandigen, net als zaakvoerders, bestuurders en werkende vennoten van een “onderneming” die failliet verklaard werd, de persoonlijk failliet verklaarde zelfstandig helpers en meewerkende echtgenoten/partners en gefailleerde niet-handelaren en vrije beroepen deze sociale verzekering aanvragen. Sinds 1/10/2001 kunnen ook onvermogende zelfstandigen die een collectieve schuldenregeling of een gerechtelijk akkoord genoten hebben voor de stopzetting van hun zelfstandige activiteit, van dit recht genieten. Indien aan alle voorwaarden voldaan is, wordt gedurende 12 maanden een uitkering van € 1.582,46 voor personen met iemand ten laste en €1.266,37 voor personen zonder iemand ten laste uitbetaald.   Deze bedragen worden uitbetaald gedurende de eerste twaalf maanden vanaf de maand die volgt op het vonnis van faillietverklaring, op het vonnis van ontbinding van akkoord na faillissement of op de stopzetting.

Indien de loopbaan van de zelfstandige minimaal 15 jaar (60 kwartalen) telt wordt de duur van de toekenning van de uitkering verlangt naar 24 maanden (2 jaar).

Daarnaast opent de verzekering ook rechten in de ziekte- en invaliditeitsverzekering en gezinsbijslag gedurende maximum 4 kwartalen en dit zonder bijdragebetaling. Ook hier geldt een verlenging van de periode tot 8 kwartalen (2 jaar) indien de zelfstandige minimaal een loopbaan met opbouw van pensioenrechten van 15 jaar (60 kwartalen) kan aantonen.

De aanvraag kan tot uiterlijk het einde van het 2de kwartaal volgend op de stopzetting of op het faillissement ingediend worden.

Het overbruggingsrecht opent ook rechten bij een gedwongen stopzetting. De gedwongen stopzetting moet veroorzaakt zijn door een natuurramp, brand, vernieling (niet enkel door derden), allergie of een beslissing van een derde economische actor of een gebeurtenis met een economische impact.

De zelfstandige die hier recht op wil maken moet gedurende minstens 4 kwartalen zelfstandige in hoofdberoep geweest zijn.  Bovendien moeten eerst alle andere rechten uitgeput worden.

Het gaat over een tijdelijk vangnet.  De gedupeerde zelfstandige zal over zijn ganse zelfstandige carrière maximum 12 (24) maanden mogen gebruik maken van deze verzekering maar wel gespreid over verschillende schijven (periodes).

De uitkering bedraagt 1.582,46 euro per maand voor een gezinshoofd of 1.266,37 euro voor een alleenstaande.  Als er nergens anders aanspraak op de rechten op gezinsbijslagen en ziekteverzekering kan gemaakt worden waarborgt het overbruggingsrecht de gezinsbijslag en de ziekteverzekering. Er is geen opbouw van pensioenrechten tijdens de uitkeringsperiode.

Op 01/01/2017 werd nog een  4de pijler toegevoegd aan het overbruggingsrecht, nl. stopzetting wegens economische moeilijkheden.  De algemene voorwaarden zijn gelijk voor de andere pijlers maar ook hier gelden nog specifieke toekenningsvoorwaarden.

De zelfstandige die beroep wil doen op het overbruggingsrecht moet een aanvraag indienen bij zijn sociaal verzekeringsfonds vóór het einde van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin het faillissement of de ontbinding van het gerechtelijk akkoord werd uitgesproken of de zelfstandige activiteit werd stopgezet.  De aanvraag dient te gebeuren per aangetekend schrijven of door neerlegging van een verzoekschrift er plaatse. Inlichtingenformulier overbruggingsrecht

Lees meer over het overbruggingsrecht en de specifieke voorwaarden.

(cijfers 01/07/2019)