Overbruggingsrecht

Welke rechten biedt deze sociale verzekering?

Dit overbruggingsrecht is de nieuwe en correctere benaming van de vroegere faillissementsverzekering sinds deze uitbreiding kreeg met nieuwe pijlers.

Sinds 01/01/2017 werd het “overbruggingsrecht” uitgebreid met een 4de pijler: stopzetting wegens “economische moeilijkheden”.

Vanaf 01/07/2019 wordt de bescherming nog uitgebreid zodat meer zelfstandigen van de toepassing zouden kunnen genieten en in bepaalde gevallen ook langer bescherming krijgen.

Het overbruggingsrecht vindt dus, onder voorwaarden, toepassing bij :

1ste pijler

  • Faillissement van zelfstandigen
  • Zaakvoerders, bestuurders en werkende vennoten van een failliet verklaarde “onderneming”
  • Faillissement van niet-handelaren zoals landbouwers en vrije beroepers
  • Persoonlijk failliet verklaarde zelfstandige helpers en meewerkende echtgenoten/partners (sinds 01/07/2019).

2de pijler

  • Zelfstandigen, helpers en meewerkende echtgenoten die in een positie van onvermogen zitten en een collectieve schuldenregeling

3de pijler

  • Een tijdelijke of definitieve gedwongen stopzetting, door zelfstandigen, helpers en meewerkende echtgenoten, buiten hun wil, door een natuurramp, brand, beschadiging (niet langer meer vernieling door derden), allergie of een beslissing van een derde economische actor of een gebeurtenis met een economische impact.  Deze situaties zijn beperkend.

4de pijler

  • Officiële stopzetting wegens “economische moeilijkheden”.  Zij moeten bewezen worden op basis van ontvangst leefloon, bijdragevrijstelling door de Commissie voor vrijstelling van bijdragen of een laag inkomen.

Wie strafrechtelijk werd veroordeeld in het kader van het faillissement of zelf zijn onvermogen heeft georganiseerd, komt niet in aanmerking.

Deze verzekering geeft recht op een uitkering gedurende de eerste 12 maanden (4 kwartalen) vanaf de maand die volgt op het vonnis van faillietverklaring, op het vonnis van ontbinding van het akkoord na faillissement of op de stopzetting.

Indien de loopbaan van de zelfstandige minimaal 15 jaar (60 kwartalen) telt wordt de duur van de toekenning van de uitkering verlengt naar 24 maanden (2 jaar) ipv 12 maanden. De bedragen die gedurende maximum 12 (24) maanden uitbetaald kunnen worden zijn € 1.582,46 voor personen met iemand ten laste en € 1.266,37 voor personen zonder gezinslast.  Deze uitkeringen wijzigen jaarlijks en zijn gelijkgesteld met het minimumpensioen voor zelfstandigen.

Deze verzekering vrijwaart bovendien de rechten op gezinsbijslagen en op alle uitkeringen van de ziekte- en invaliditeitsverzekering gedurende maximaal 4 kwartalen en dit zonder bijdragebetaling (geen recht op pensioen voor de betrokken kwartalen).  Ook hier geldt dat, indien de loopbaan van de zelfstandige minimaal 15 jaar (60 kwartalen) telt, de rechten gevrijwaard blijven gedurende 8 kwartalen zonder betaling van sociale bijdragen. Het overbruggingsrecht geeft niet enkel recht op geneeskundige verzorging maar ook op de uitkeringsverzekering (de primaire arbeidsongeschiktheid en aansluitend invaliditeit) en de moederschapsverzekering.

De sociale verzekering moet aangevraagd worden met de aangepaste formulieren bij het sociaal verzekeringsfonds en kan meerdere keren aangevraagd worden tijdens de beroepsloopbaan.  De effectieve uitkeringen zijn echter beperkt tot 12 maanden.

(cijfers 01/07/2019)

Aan welke voorwaarden moet de aanvrager voldoen?

De aanvrager kan aanspraak maken op de sociale verzekering overbruggingsrecht indien cumulatief aan volgende algemene voorwaarden is voldaan :

  • verzekeringsplichtige zijn geweest in het sociaal statuut voor zelfstandigen gedurende minstens de vier kwartalen voorafgaand aan, naargelang het geval, de eerste dag van het kwartaal dat volgt op datgene van het vonnis van faillietverklaring of op datgene van het vonnis van ontbinding van het gerechtelijk akkoord of op datgene van stopzetting van de zelfstandige activiteit.De onvermogende zelfstandige moet in het kader van een collectieve schuldenregeling van de rechter de homologatie van een minnelijke aanzuiveringsregeling verkregen hebben, ofwel moet hem een gerechtelijke aanzuiveringsregeling opgelegd zijn, ofwel moet hij een aanpassing of herziening van de regeling verkregen hebben in de zin van de wet betreffende de collectieve schuldenregeling, in de periode van 3 jaar voor de 1ste dag van het kwartaal volgend op de stopzetting van de zelfstandige activiteit.
  • voor bovenvermelde periode van verzekeringsplicht, bijdragen verschuldigd zijn in de categorie hoofdberoep;
  • de aanvrager moet minstens 4 kwartalen (gedurende de referteperiode van 16 kwartalen) zijn bijdragen effectief betaald hebben;

Het gaat om effectieve betaalde bijdragen, er zal dus geen rekening gehouden worden met vrijgestelde of gelijkgestelde kwartalen (cfr.mantelzorg, vrijstelling na bevalling, vrijstelling door de commissie voor vrijstelling).  Met regularisaties achteraf wordt ook geen rekening gehouden.

  • geen beroepsactiviteit uitoefenen;
  • geen beroep kunnen doen op een sociaal statuut dat minstens evenwaardig is aan dat van de zelfstandigen;
  • in België zijn hoofdverblijfplaats hebben;
  • niet veroordeeld zijn wegens bankbreuk.

Voor elke pijler bestaan bijkomend nog specifieke toekenningsvoorwaarden.  Lees meer

Formaliteiten

De persoon die beroep wenst te doen op het overbruggingsrecht moet een aanvraag indienen bij zijn sociaal verzekeringsfonds voor het einde van het tweede kwartaal volgend op het kwartaal waarin het faillissement of de ontbinding van het gerechtelijk akkoord werd uitgesproken of de zelfstandige activiteit werd stopgezet.  De aanvraag dient te gebeuren per aangetekende brief of neerlegging van een verzoekschrift ter plaatse.  De aangeslotene ontvangt dan een inlichtingsformulier dat hij binnen de 30 dagen moet invullen en terugsturen.  Inlichtingenformulier overbruggingsrecht